25 Jaar RAVU: Anette was erbij vanaf het begin

Dit jaar markeert een bijzonder moment voor de RAVU: we vieren 25 jaar toewijding en zorg. Anette Bensdorp begon – als een van de eerste vrouwen in de ambulancezorg – zelfs vier jaar eerder, toen de RAVU nog ‘ARU’ heette. Ze neemt ons mee terug naar haar beginjaren in de ambulancezorg en vertelt hoe haar fascinatie voor het vak ontstond.

De zorg in het bloed

“Als kind was ik altijd bezig met de zorg,” vertelt Anette. “In mijn jeugd wilde ik bij operaties aanwezig zijn en had ik het romantische idee om operatieassistent te worden. Maar toen ik tijdens mijn verpleegkundeopleiding voor het eerst een operatie bijwoonde, wist ik meteen: dit is niks voor mij. De druk, de kou, de lange uren staan – ik voelde me er niet thuis. Maar ik ontdekte wel mijn fascinatie voor de dynamiek van verpleging.”

De sprong naar de ambulancezorg

Het was die fascinatie die haar uiteindelijk naar de ambulancezorg leidde. “In de laatste fase van mijn verpleegkunde opleiding gingen we voor een uitstapje naar de ambulancedienst, en ik was meteen geboeid. De spanning, het onverwachte – je weet nooit wat je te wachten staat. En ik vond het geweldig dat je zelf verantwoordelijk bent, dat je altijd beslissingen moet nemen.”

“Het idee was dat het werk niet geschikt zou zijn voor vrouwen, maar dat maakte mij juist vastberaden om te laten zien dat ik het kon.”

Een vrouwenrol in een mannenwereld

In die tijd was de ambulancezorg een echte mannenwereld. “Toen ik bij de RAVU begon, werkten er misschien maar acht vrouwen. Het idee was dat het werk niet geschikt zou zijn voor vrouwen, maar dat maakte mij juist vastberaden om te laten zien dat ik het kon. Ik was sterk, trainde veel, en dacht: dit kan ik doen.” Anette begon als oproepkracht, naast haar werk op de Intensive care. Zonder opleiding werkte ze al op de ambulance, en pas later, toen ze vast in dienst kwam, volgde de opleiding tot ambulanceverpleegkundige. “Dat zou nu ondenkbaar zijn,” vertelt Anette, toen pas 28 jaar, wat in destijds erg jong was voor de ambulancezorg. Haar eerste nachtdienst vergeet ze nooit. “Ik reed twaalf ritten die nacht, alles kwam voorbij: auto-ongelukken, neurotrauma’s, dronken mensen en overdoses. Ik was zo gespannen dat ik twee dagen hoofdpijn had. Maar ik was vastbesloten om door te zetten.”

Ambulanceverpleegkundige Anette staat voor een ambulance met haar collega in een oud ambulance uniform.

Leren door te doen

Na een tijdje werd Anette uitgenodigd bij de directeur. Er kwam een plekje vrij als fulltime ambulanceverpleegkundige. Toen ze eenmaal in vaste dienst kwam, voelde ze zich gelukkig, maar er waren wel uitdagingen. “We hadden maar tien dagen inwerkperiode gehad, wat veel te kort was. Maar ik was altijd nieuwsgierig en wilde leren, dus zocht ik zelf boeken op en volgde trainingen. De spanning verdween langzaam, maar het duurde even voordat ik me echt comfortabel voelde.” Elke melding bleef spannend. “De spanning werd minder naarmate ik meer ervaring kreeg, maar sommige meldingen, zoals met kinderen of grote incidenten, brachten altijd een gezonde spanning met zich mee. Die krijg je er nooit uit, maar dat maakt het werk juist interessant. Je komt telkens in een nieuwe situatie terecht en moet beslissingen maken.”

Ruimte voor vrouwen, ruimte voor balans

Anette was een van de eerste vrouwen in een team dat grotendeels uit mannen bestond. “Het was in het begin lastig om je plek te vinden, maar ik heb me altijd gelijk behandeld gevoeld. Als er grappen werden gemaakt, kon ik erom lachen, zolang het binnen de grenzen bleef. Het was belangrijk om je grenzen aan te geven.” Anette heeft de dynamiek zien veranderen. “Vandaag de dag is het veel meer in balans. Er zijn veel meer vrouwen in de ambulancezorg en de cultuur is respectvoller geworden. Dingen die vroeger getolereerd werden, zoals onvriendelijke grappen, worden nu niet meer geaccepteerd.”

Trots op het vak

Wat Anette het meeste aantrok in haar werk, was de verantwoordelijkheid. “Het was hard werken, maar zo waardevol. Ik ben trots op wat we doen bij de RAVU. Het is echt een team, en je maakt iets mee waar je nooit op voorbereid kunt zijn, maar waar je altijd klaar voor moet zijn.”

Oude ambulances staan geparkeerd voor een gebouw
Van ambulance naar opleider

Na jaren als ambulanceverpleegkundige besloot Anette dat het tijd was voor een verandering, toen haar gezondheid haar dwong om haar werk anders in te vullen. “Toen ik hoorde dat ik reuma had, besefte ik dat de nachtdiensten echt niet meer gingen. Maar het was een andere functie die me naar een nieuw hoofdstuk binnen de RAVU bracht: praktijkopleider. Dat was een stap uit mijn comfortzone, maar ik kreeg de kans en besloot de sprong te wagen. En dat was de beste keuze die ik heb gemaakt.”

Nieuwe rol, vertrouwd gevoel

Als praktijkopleider heeft Anette haar ervaring ingezet om de volgende generatie zorgverleners op te leiden. “Ik ben nog steeds op de post, rijd af en toe mee met de ambulance en geef trainingen. Ik ben niet meer dagelijks in de actie, dat was een hoofdstuk dat ik moest afsluiten. Maar m’n nieuwe rol geeft me ruimte om nieuwe collega’s te begeleiden en de kwaliteit van het werk te verbeteren.”

Ze kijkt met trots terug op haar lange carrière als vrouw in de ambulancezorg. “Ik voel me nog steeds nuttig. Het werk is niet alleen iets om te doen, het is een passie, en dat zal het altijd blijven.” Na 29 jaar bij de RAVU maakt ze op: “De tijd is voorbij gevlogen, maar ik ben blij dat ik zoveel heb mogen bijdragen. Als ik iets heb geleerd, dan is het wel dat je nooit moet stoppen met leren. En dat doe ik nog steeds, elke dag.”

Benieuwd naar verhalen op de ambulance? Lees de blog van ambulanceverpleegkundige Jorre

Dit is ook interessant