‘Er komt iets uit!!!’, gilt de vrouw op het moment dat we met piepende banden tot stilstand komen bij het ziekenhuis. ‘Nog héél even wachten mevrouw’, hoor ik mezelf antwoorden.
Ambulanceverpleegkundige Jorre schrijft over zijn avonturen op de ambulance. Dit keer een verdenking van een bevalling met spoed.
Verdenking bevalling
‘Pling ploing’, we krijgen een melding in ons scherm.
‘Vrouw van 26, enorme buikpijn. Denkt dat ze gaat bevallen.’
Omdat het adres maar een paar straten verderop zit bel ik meteen de meldkamer. Ik wil weten hoever deze dame in haar zwangerschap is. Maar vooral of er snel een verloskundige ter plaats komt.
Niet onze specialiteit
Bevallingen zijn niet onze specialiteit. Ik heb er les in gehad tijdens mijn opleiding, ik heb geoefend op een pop en ik heb een aantal keer mogen assisteren bij een geboorte. Maar zelf een kindje halen, dat doen we zelden of nooit.
Het antwoord van de meldkamer stelt me niet gerust, ‘Er is helemaal geen verloskundige in beeld, want deze mevrouw weet niet zeker of ze in verwachting is.’
Een halve minuut later sta ik in een kleine woonkamer bij een tengere, bleke dame die het uitschreeuwt van de pijn. Erg zwanger ziet ze er niet uit met haar platte buik, maar nogmaals, ik ben geen expert. Zelf geeft ze aan dat ze eerder is bevallen en dat voelde precies zo.
Oppakken en meenemen
Mijn collega en ik hebben aan een onderlinge blik genoeg om te besluiten tot ‘scoop and run’, oftewel oppakken en meenemen. Het ziekenhuis zit gelukkig vlakbij. Onderweg bel ik met de spoedeisende hulp en vraag ze om klaar te staan voor een dame die al dan niet bezig is een kind te krijgen. Aan de andere kant van de lijn is men niet meteen overtuigd. En dat snap ik wel.
Nog éven wachten mevrouw
‘Er komt iets uit!!!’, gilt de vrouw op het moment dat we met piepende banden tot stilstand komen bij het ziekenhuis. ‘Nog héél even wachten mevrouw’, hoor ik mezelf antwoorden. Met de brancard rennen we door de gang. Gelukkig staat iedereen klaar. ‘Ik zie een hoofdje!’, roept iemand.
Een wolk van een dochter
Het volgende moment is er een volgroeide, huilende baby, een wolk van een dochter. De verbijstering is compleet bij iedereen. Niet het minst bij de kersverse moeder. Ikzelf kan bijna niet geloven dat dit kindje uit mijn patiënt van daarnet is gekomen. Mijn collega en ik gaan maar even een kop koffie drinken. De beschuit met muisjes zullen later wel komen.
