‘Weet ik veel!’ roep ik, barser dan de bedoeling is, ‘Ik werk op een ambulance, niet bij een benzinestation!’
Ambulanceverpleegkundige Jorre schrijft over zijn avonturen op de ambulance. Dit keer rijdt hij rit op rit en krijgt een omstander ineens ‘pijn op de borst’.
De ene na de andere rit
Het is een klamme en onrustige nacht waarin we de ene rit na de andere rijden. Misschien komt het door de volle maan, maar overal is er een hoop emotie in het spel. Paniekaanvallen, echtelijke ruzies waarbij het servies door de kamer gaat, opstootjes, vechtpartijen, we zijn er druk mee.
Ijskoud
Mijn mond is op zulke momenten mijn belangrijkste gereedschap en ondertussen kleeft mijn tong aan mijn verhemelte. ‘Stop effe bij die benzinepomp voor een blikkie cola als je wil’, vraag ik mijn collega.
Het colaatje komt ijskoud uit de koelkast, druppels condens glinsteren op het blik.
Zongedroogd tomaatje
‘Ik heb pijn op mijn borst, maar dat kan geen kwaad, toch?’, zegt de pompbediende langs zijn neus weg net als ik wil afrekenen. Ik voel me inmiddels een zongedroogd tomaatje.
Maar werk gaat voor. Ik informeer naar de exacte klachten van de man achter de balie. Die lijkt vooral te willen horen dat er niks aan de hand is.
Ieder z’n expertise
Ik geef aan dat ik dat niet zo kan zeggen en dat ik de man dan moet onderzoeken in de ambulance. ‘Maar hoe moet het dan met de winkel? Ik sta hier alleen!’, vraagt de bediende met enige verontwaardiging in zijn stem. ‘Weet ik veel!’ roep ik, barser dan de bedoeling is, ‘Ik werk op een ambulance, niet bij een benzinestation!’ Ik heb inmiddels écht dorst.
Nakijken
We bedenken een tussenoplossing. Ik roep mijn collega met de apparatuur en de man doet de deur van de winkel op slot. Op een stoel tussen de chips en de sleutelhangers kijken we hem na. Buiten ontstaat al snel een oploopje van mensen die hun brandstof of sigaretten willen afrekenen. Met handgebaren maken we duidelijk dat ze even moeten wachten.
Uiteindelijk lijkt de oorzaak van z’n pijn op de borst voornamelijk stress en niks ernstigs. De deur kan weer van het slot en eindelijk kan ook mijn blikje cola open. Als een Sint Bernard op een hete zomerdag slobber ik ‘m leeg.