Boer

Meer dan duizend kilo boze biefstuk kan een hoop schade aanrichten

Ambulanceverpleegkundige Jorre vertelt over zijn, soms ietwat humoristische, avonturen op de ambulance

De sirene loeit en blauw licht flitst over de donkere velden. Volgens de melding is er een boer gegrepen door een stier. Verdere informatie ontbreekt nog, maar de meldkamer heeft alvast opgeschaald met een tweede ambulance en een traumaheli. Meer dan duizend kilo boze biefstuk kan een hoop schade aanrichten.

Stront aan de knikker

Boeren zijn een bijzondere patiëntencategorie, dat leerde ik al tijdens mijn opleiding. Gewend als ze zijn aan hard werken en ontbering hebben ze doorgaans de pijnbeleving van een brontosaurus. Als een boer zegt dat hij of zij pijn heeft dan kun je er vanuit gaan dat er écht iets mis is. En dan nog blijven ze stoïcijns.

Zo heb ik boeren meegemaakt die met een daverend hartinfarct aan het begin van het erf op de ambulance stonden te wachten. Met een peukje in de hand. Of ze waren zelf maar op de fiets naar de huisarts gereden met drie afgezaagde vingers in een boerenzakdoek.

Voorzichtig

Aanrijdend bespreken mijn collega en ik waar we rekening mee moeten houden bij deze hulpverlening. Ook wat betreft onze eigen veiligheid. We voelen er weinig voor om de boeken in te gaan als de ambulancebroeders van Pamplona.

Ter plaatse lijkt het naar omstandigheden mee te vallen. Het slachtoffer zit inmiddels in zijn eigen huis en de stier is door een kortdate buurmanboer op stal gezet.

Piept en kraakt

In een ruime woonkeuken treffen we een grote, verfomfaaide man die lijkt te zijn gevlochten uit wilgenhout. Met kolenschoppen als handen en een nek van staalkabels. Ik vraag me af hoe de stier eraan toe is na een treffen met deze veehouder. Die het zelf overigens onzin vindt dat we gebeld zijn.

Dat wil niet zeggen dat er niks aan de hand is. Onder mijn stethoscoop piept en kraakt het namelijk vervaarlijk. Ik verdenk de patiënt in elk geval van een paar gebroken ribben en misschien zelfs een klaplong.

Wat een boer niet kent, eet hij niet

De boer voelt zich vooral emotioneel gekwetst,

“Het achterbakse rrrotbeest! Ik ken ‘m al jaren. Altijd krijgt ‘ie lekker eten, altijd een warme schuur, altijd 40 vrouwen om uit te kiezen. En dan flikt ‘ie me dit. Maar hij heeft het verpest, morgen bel ik het slachthuis!”

Nou ben ik vegetariër, maar soms is het beter om gewoon even je mond te houden.

 

Meer blogs lezen? Ga hier verder