‘Ik heb mijn broer net in zijn bed gevonden, ik denk dat hij dood is!’, roept hij in paniek. ’Ik durf niet meer naar binnen.’
Ambulanceverpleegkundige Jorre schrijft over zijn avonturen. Dit keer komt hij bij een hulpverlening met een mogelijk overleden patiënt, maar daarvoor moet hij wel nog even de zoldertrap op.
Op de stoep voor een woning staat een man te huilen. ‘Ik heb mijn broer net in zijn bed gevonden, ik denk dat hij dood is!’, roept hij in paniek. ’Ik durf niet meer naar binnen.’ Terwijl mijn collega zich over hem ontfermd besluit ik te gaan kijken.
Een goed idee?
Ik ben al door de donkere hal en halverwege de woonkamer als ik me afvraag of dit nou zo’n goed idee is. Ik weet namelijk niks over de omstandigheden. Ik ruik in ieder geval geen gas of brand en de koolstofmonoxidemeter aan mijn riem blijft stil. Het is enige geluid is het holle getik van een antieke klok. Dus ik loop door.
Twee trappen
De slaapkamer is op zolder zo heb ik begrepen. De twee trappen oplopen geeft me genoeg tijd om te bedenken wat een gek vak ik eigenlijk heb. En of ik niet te veel enge films kijk. De treden kraken onder mijn voeten. Tientallen ernstige gezichten staren me vanaf de muren aan in zwart-wit foto’s met krullerige lijstjes. Helemaal bovenaan staat een deur op een kier. Ik duw hem open.
Vredig
De oude man ligt vredig in bed. Hij is overleden. Ik zie geen aanwijzingen voor geweld of zelfdoding. Hij lijkt in zijn slaap gestorven. Dat maakt de situatie voor mij onmiddellijk weer ‘gewoon’. De dood is een vaststaand gegeven in het leven en we komen hem geregeld tegen op de ambulance. Voor ons is het soms bijna routine. Maar voor hen die een naaste verliezen is het dat absoluut niet.
Vredig
Voor de man in bed kunnen we weinig meer doen. En dus wordt de broer beneden nu onze prioriteit. Na nog wat praten kunnen we hem overreden binnen te komen en we zetten hem in de keuken aan een kop thee. Met zijn instemming bellen we vervolgens de huisarts, de politie en andere leden van de familie. We gaan pas weg als die gearriveerd zijn en de man in goede handen is.
