Het voelt ronduit klote. We rijden niet op dit busje rond om mensen af te poeieren.
Ambulanceverpleegkundige Jorre schrijft over zijn avonturen. Dit keer komen ze bij een ogenschijnlijk thuisloze patiënt. Wat kun je bieden aan een patiënt die tussen wal en schip valt?
Nacht
Het is nacht. Op een slecht verlicht stukje van de gracht treffen we onze patiënt. Ze zegt dat ze 42 is, maar ze oogt een stuk ouder. Een identiteitsbewijs heeft ze niet.
Barrière
Het accent van haar gebroken Engels kan ik niet thuisbrengen. De verstaanbaarheid lijkt af te nemen met mijn vragen. Hoe specifieker ik iets wil weten over haar klachten des te onduidelijker worden de antwoorden. Veel verder dan ‘not well’ en ‘to hospital’ komen we niet. Een vertaalapp biedt geen soelaas. Een voorbijganger heeft ons gebeld nadat hij door deze dame was aangeklampt. De collega’s van de meldkamer konden er aan de telefoon ook weinig chocola van maken.
Niets te vinden
Eenmaal in de ambulance kijken we haar helemaal na. Niks wijst op enige afwijking. Ze oogt onverzorgd, maar niet ziek of verward. We vermoeden dat deze vrouw vooral op zoek is naar een warme slaapplek. Dat zien we steeds vaker, thuislozen van allerlei slag op zoek naar onderdak.
Ik kan het haar niet kwalijk nemen. Ik heb niet in haar wieg gelegen en ik sta niet in haar schoenen. We weten niet hoe en met welke dromen ze hier gekomen is. En wat ik in haar plaats zou hebben gedaan. Mogelijk hetzelfde.
Systeem belasten
Haar uit medelijden naar het ziekenhuis brengen is geen oplossing. Daarmee belasten we een systeem dat al onder hoge druk staat en hier niet voor bedoeld is. Een patiënt die niks heeft staat op de spoedeisende hulp zo weer buiten. Om plaats te maken voor al die anderen.
De trieste waarheid is dat wij niet zoveel voor deze persoon kunnen betekenen. Dat voelt ronduit klote. We rijden niet op dit busje rond om mensen af te poeieren.
Een flesje empathie
De boodschap dat we haar niet meenemen naar het ziekenhuis accepteert ze gelaten. In plaats daarvan bieden we aan haar af te zetten bij de daklozenopvang. Ze schudt nee, ze wil weg. Voor ze weer verdwijnt in het donker geven we haar nog een deken en een flesje water mee. Voor haar, maar ook voor ons.
