‘ALLEBEI STILSTAAN!’ bulder ik op politietoon. Het werkt. Het echtpaar bevriest in een tableau vivant.
Ambulanceverpleegkundige Jorre vertelt over zijn, soms ietwat humoristische, avonturen op de ambulance
Poep: het hoort bij het leven. Voor zorgmedewerkers is het als zaagsel bij een timmerman. Als je er niet tegen kan, moet je iets anders gaan doen.
Hoewel de ‘poepdichtheid’ op de ambulance al een stuk lager ligt dan in het ziekenhuis of de thuiszorg, nog steeds hebben we er af en toe mee te maken.
Epileptisch insult
Zo ook vandaag.
Een oudere man heeft zojuist een epileptisch insult doorgemaakt en daarbij alles laten lopen. Momenteel is onze patiënt weer bij kennis, maar meneer blijkt ook koorts te hebben. Er is dus reden genoeg voor vervoer naar het ziekenhuis ter controle. Maar dan wel graag met een paar schone billen.
Het varkentje wassen
De echtgenote beslist kordaat dat zij dit klusje zal klaren en dult geen tegenspraak. Wij laten haar maar begaan en kijken van een afstandje toe.
Samen schuifelt het echtpaar naar het toilet waar mevrouw ineens een schaar tevoorschijn tovert en de overvolle onderbroek van meneer doorknipt (“dat HEMA-ding ga ik echt niet meer uitspoelen”). De onderbroek met inhoud stort met een natte klats op de vloer. Poep spettert royaal tegen de muren en het echtpaar.

Meneer zet van schrik een blote voet midden in het plakkaat poep op de grond. Dan grijpt hij in een reflex tussen zijn benen en legt vervolgens een bruine hand op de hagelwitte bloes van zijn vrouw. Mevrouw stapt door het verplaatste gewicht nu met haar voet ook middenin de poep. Terwijl meneer zijn ene hand met de andere probeert af te vegen en nu met twee poephanden staat.
Onderbroekenlol
Dit wordt pure slapstick. Ik wil dichterbij komen om in te grijpen waarbij meneer meteen een hand op míjn arm probeert te leggen voor steun.
‘ALLEBEI STILSTAAN! NIEMAND BEWEGEN!’ bulder ik op politietoon. Het werkt. Het echtpaar bevriest in een tableau vivant. Gauw scharrelen mijn collega en ik doekjes, zeep, handdoeken en schone kleding bij elkaar en stropen onze mouwen op.
Zo fris als een hoentje
Even later leveren we meneer af op de spoedeisende hulp, geurend naar bloemenweiden vol lavendel. Ook mevrouw heeft een fris katoentje aan.
Wij wassen nog keertje extra goed onze handen en gaan dan een broodje eten.